Geschiedenis van een liefde

Hoe de Fransen een Nederlands idee verfijnden

Kooplieden uit de lage landen importeerden eeuwen geleden al wijn uit Frankrijk. Ook uit de cognacstreek. Deze wijn was na te lang durend transport naar ons land nogal eens verzuurd. Op zoek naar een langer houdbaar alternatief, kwamen enkele Nederlanders op het idee om de wijn te distilleren oftewel te branden. Zo ontstond brandewijn of zoals de Fransen zeggen: eau-de-vie (letterlijk te vertalen als levenswater).

In de zeventiende eeuw brachten Nederlanders de eerste distilleerketels naar Frankrijk, zodat de wijn daar al kon worden gedistilleerd. Sindsdien hebben de Fransen het van origine Nederlandse distillatie- en rijpingsproces verfijnd en maken ze er de heerlijkste cognacs mee, over de hele wereld geliefd.

Hoe de Fransen een Nederlands idee omarmden

Cognac groeide uit tot een steeds geliefdere, maar ook steeds duurdere drank. Totdat halverwege de twintigste eeuw een ondernemende, Nederlandse cognacliefhebber besloot te onderzoeken of de prijs niet anders (lees: sympathieker) kon.

Na een lange zoektocht vond hij het antwoord in de samenwerking met Joseph Alexandre Guy IV.  Samen zouden zij tekenen voor een even betaalbare als superieure cognac, genaamd Joseph Guy.   

Een (h)eerlijke Franse Cognac

Joseph Guy besloot in 1820 op jonge leeftijd zijn eigen distilleerderij te starten. Het was hier waar hij over de jaren met veel liefde en geduld een cognac creëerde waaraan hij zijn eigen naam verbond. Een naam die we vandaag de dag nog steeds kennen. Tegenwoordig wordt Joseph Guy geblend en gerijpt bij Louis Royer, een gerenommeerd cognachuis in het plaatsje Jarnac aan de rivier La Charente, midden in het hart van de Cognac streek.